Betekenis van koolhydraten

Biologisch gezien zijn koolhydraten moleculen die bestaan uit koolstof, waterstof en zuurstof. Maar in de wereld van de voeding zijn koolhydraten één van de meest omstreden onderwerpen. Zo heb je een stroming voedingsdeskundigen die geloven dat minder koolhydraten eten zorgt voor een optimale gezondheid. Dit terwijl anderen de voorkeur geven aan een dieet wat hoger in koolhydraten is. En dan heb je natuurlijk nog de deskundige die overtuigd zijn van de gulden middenweg.

Feit is dat koolhydraten een belangrijke rol spelen in het menselijk lichaam. Ze vormen één van de drie macronutriënten, naast vetten en eiwitten. De primaire functie van koolhydraten is je lichaam van energie voorzien.

Koolhydraten die je eet worden door je lichaam omgezet in glucose. Dit met uitzondering van de voedingsvezels. Dit zijn ook koolhydraten, alleen een vorm die niet verteerbaar is.

Via de dunne darm wordt glucose in de bloedbaan opgenomen waarna het lichaam van energie wordt voorzien. In de vorm van glycogeen wordt het glucose in de spieren en de lever opgeslagen. Het is beschikbaar als direct vorm van energie.

Om de glucose uit het bloed op te kunnen nemen maakt het lichaam insuline aan. Dit gebeurt in de alvleesklier. Deze geeft insuline af aan het bloed. Insuline is een hormoon die werkt als een soort sleutel op de cellen. Het zet de cellen open zodat deze glucose uit het bloed kunnen opnemen. Zonder insuline kan er geen glucose uit het bloed worden opgenomen.

Het glycogeen die in de lever ligt opgeslagen is bedoeld als energievoorraad. De hoeveelheid glycogeen die de lever kan opslaan is niet zo groot. Dit is slechts 100 gram. De energie uit koolhydraten is dan ook vrij snel verbrand. Indien je een dag niets zou eten dan zijn je voorraden in een dag op. Dit in tegenstelling tot vet. In het lichaam kan wel voor maanden energie in de vorm van vet worden opgeslagen.

De hoeveelheid glycogeen die in de spieren opgeslagen kan worden is zo’n 500 gram. Dit is directe energie die ook gebruikt wordt bij het sporten. Indien deze voorraden op zijn komen we ‘de man met de hamer’ tegen. Om deze reden drinken of eten duursporters tijdens hun inspanningen koolhydraten, dit om de glycogeen voorraden aangevuld te houden.

Overgewicht

Indien je glycogeen voorraden vol zijn en je eet nog meer koolhydraten dan wil het lichaam deze energie bewaren. Dit kan niet in de vorm van glycogeen, het lichaam zet daarom de koolhydraten om in vet. In de vorm van lichaamsvet kan het lichaam wel honderden kilo’s opslaan. En zo kan het dus gebeuren dat je veel overgewicht krijgt door het eten van veel koolhydraten. Dit gebeurt ook als je vetarm eet. Het lichaam zal altijd trachten een overschot aan energie op te slaan in de vorm van vet. Het maakt daarbij niet uit of deze energie afkomstig is van vet, koolhydraten of eiwitten.

Omdat glycogeen voorraden snel vol zijn kom je al snel in de situatie dat het lichaam koolhydraten om gaat zetten in vet. Voedingsdeskundigen zijn dit de laatste decennia gaan inzien en dit verklaart dan ook waarom koolhydraatarme diëten zo’n vlucht hebben genomen.

Vezels

In tegenstelling tot suikers en zetmeel worden voedingsvezels niet afgebroken tot glucose. Vezels verlaten onverteerd het lichaam via het spijsverteringskanaal.

We kunnen onderscheid maken tussen 2 typen vezels. Dit zijn de oplosbare en niet-oplosbare vezels.

Voedingsmiddelen zoals havermout en peulvruchten bevatten oplosbare vezels. Terwijl ze door het spijsverteringskanaal bewegen nemen ze vocht op en vormen ze een gel-achtige substantie. Dit zorgt voor een goede stoelgang en het is goed voor de darmflora.

Niet-oplosbare vezels voorkomen obstipatie. Ze zorgen ervoor dat de ontlasting beter door de darmen kan bewegen. Dit type vezels zitten in groenten en fruit en volkoren graansoorten.

Soorten koolhydraten

Als we naar de betekenis van koolhydraten voor het lichaam gaan kijken dan zullen we deze moeten opdelen in de verschillende soorten die er zijn.

Afhankelijk van het type koolhydraat zal het lichaam er namelijk anders mee omgaan.

De meest eenvoudige vorm van koolhydraten zijn de monosachariden. Dit zijn koolhydraten die bestaan uit 1 suikermolecuul. Het lichaam kan deze makkelijk opnemen. Met name glucose is snel op te nemen. Dit is al de vorm die het lichaam nodig heeft om in het bloed te kunnen transporteren.

Fructose bestaat ook uit 1 suikermolecuul maar is lastiger op te nemen. Het lichaam zal dit moeten afbreken tot glucose en fructose waarna het pas opgenomen kan worden. Fructose zit in fruit en het wordt dan ook wel vruchtensuiker genoemd.

Disachariden zijn koolhydraten die bestaan uit twee suiker moleculen. En bekend voorbeeld van een disachariden is lactose wat in koemelk zit. Het is voor het lichaam een eenvoudig proces om dit af te breken. Lactose zal dan ook de bloedsuiker snel laten stijgen.

Een olisachariden is al wat complexer. Deze vorm van koolhydraten bestaat uit 3 tot 9 suiker moleculen. Een voorbeeld is maltodextrine wat ook wel in sportdranken wordt gedaan omdat je hier langer energie van krijgt dan van druivensuiker (glucose).

Een polysachariden bestaat uit 9 of meer suikermoleculen. Dit is het geval bij zetmeel. Dit zijn complexe koolhydraten waar het lichaam meer moeite mee heeft om ze om te zetten tot glucose. Dit type koolhydraten laten de bloedsuikerspiegel minder snel stijgen.

De snelheid waarmee koolhydraten omgezet kunnen worden in glucose heeft invloed op de gezondheid. Hoe sneller een koolhydraat wordt omgezet in glucose hoe sneller de bloedglucose zal stijgen. Hoe sneller de bloedglucose stijgt hoe meer insuline de alvleesklier zal aanmaken. Dit is ongunstig, omdat hoge insulinewaarden tot gevolg hebben dat het lichaam vet gaat opslaan. Hoge insulinewaarden zijn ook een risico voor het ontwikkelen van chronische ziekten zoals diabetes type 2. Voor een goed gewicht en een goede gezondheid is het daarom belangrijk dat wordt gekozen voor koolhydraten die langzaam verteren.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *