Betekenis van bouweconomie

Wat is een bouweconomie?

Economie is afgeleid van het Griekse woord ‘Oikonomia’ (Oikos = huis + Nomos = wetten), wat het beheer van het huis betekent. De definitie van economie is de “sociale wetenschap die de productie, distributie en consumptie van goederen en diensten bestudeert”. De moderne definitie volgens Lionel Robbins in 1932 noemt economie een “wetenschap die menselijk gedrag bestudeert als een relatie tussen doelen en schaarse middelen die een alternatieve toepassing hebben”.

Bouweconomie is een tak van de algemene economie. Het omvat de toepassing van de technieken en expertise van de economie op de studie van bouwbedrijven, het bouwproces en de bouwnijverheid.

Een bouweconoom, waarvan Beckers Bouweconomie een goed voorbeeld is, verschaft bij elk nieuwbouw- of verbouwplan  duidelijkheid over de haalbaarheid van uw plannen.

Focus van een bouweconoom

De bouweconomie richt zich op de gehele bouwsector. De focus hiervan is onder te verdelen in 4 hoofdgroepen:

  1. De fysieke aard van de producten
  2. De structuur van de industrie samen met de organisatie van het bouwproces
  3. De determinanten van de vraag
  4. De methode van prijsbepaling

Belang van de bouwsector

De bouwsector speelt een vitale rol in de economie van elk land. Het heeft het grootste aantal arbeidskrachten, materialen en financiële middelen in dienst. Vandaar de noodzaak om deze schaarse middelen optimaal te gebruiken. Bovendien gaat de bouwactiviteit vooraf aan alle sociale, zakelijke recreatieve activiteiten. Deze bouweconomie heeft zich ontwikkeld tot een apart vakgebied dat zich onderscheidt van ontwerp en constructie.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *