Betekenis van de onderarmspieren
De onderarmspieren zijn de spieren tussen je elleboog en pols. Ze sturen de bewegingen van je pols, hand en vingers aan en bepalen je grijpkracht. Hoewel ze klein ogen, spelen ze een rol bij vrijwel elke oefening waarbij je iets vasthoudt.
Wat doen de onderarmspieren?
De onderarm bevat twee groepen: de buigers aan de binnenkant (die de pols en vingers buigen, zoals bij het maken van een vuist) en de strekkers aan de buitenkant (die pols en vingers strekken). Samen zorgen ze voor de fijne bewegingen van de hand én voor de kracht waarmee je iets vastpakt.
Grip: de zwakste schakel
Bij veel trekoefeningen, zoals de deadlift en de lat pulldown, is niet de grote spier maar je grip de beperkende factor. Je rug kan meer aan dan je handen kunnen vasthouden. Sterke onderarmen zorgen ervoor dat je grip je zwaardere training niet in de weg zit.
Nieuw inzicht: grijpkracht als graadmeter voor gezondheid
Er is een verrassend verband dat wetenschappers herhaaldelijk hebben gevonden: grijpkracht blijkt een van de betrouwbaarste voorspellers van algehele gezondheid en zelfs levensverwachting. Mensen met een sterkere greep hebben gemiddeld een lager risico op hart- en vaatziekten en behouden op oudere leeftijd hun zelfstandigheid langer. De onderarm is dus veel meer dan een cosmetisch detail: het trainen ervan is een investering in vitaliteit.
Hoe train je de onderarmen?
Onderarmen worden al flink belast bij elke trekoefening waarbij je stevig vasthoudt. Gericht trainen kan met polscurls (buigen en strekken van de pols met gewicht), knijpoefeningen en het simpelweg zwaar en lang vasthouden van gewichten (farmer's walk).
Klein maar cruciaal
De onderarmen horen bij de spiergroepen van de arm en werken nauw samen met de biceps bij elke buig- en trekbeweging.