Recreatie & Sport

Betekenis van de schuine buikspieren

Bijgewerkt op 19 september 2026

De schuine buikspieren, in vaktaal de obliques, zijn de spieren aan de zijkanten van je buik. Ze liggen naast en deels onder de rechte buikspier en zorgen voor het draaien en zijwaarts buigen van de romp. Samen met de andere buikspieren vormen ze de core.

Welke schuine buikspieren zijn er?

Er zijn twee lagen: de externe obliques aan de buitenkant en de interne obliques daaronder. Ze lopen in tegengestelde richting, als een kruis, waardoor ze samen de romp naar beide kanten kunnen draaien en stabiliseren.

Wat doen de schuine buikspieren?

De obliques roteren de romp (denk aan een draaislag bij het slaan van een bal), buigen je opzij en helpen de wervelkolom te stabiliseren. Ze zijn cruciaal bij vrijwel elke draaibeweging en bij het overbrengen van kracht tussen boven- en onderlichaam.

Nieuw inzicht: trainen voor een smallere, niet bredere taille

Veel mensen mijden schuine-buikspiertraining uit angst voor een "blokkige" taille. In werkelijkheid maken zware zijwaartse oefeningen de taille zelden breder; wat je vooral traint is de diepe stabiliserende functie. Bovendien helpt een sterke, strak aangespannen dwarse buikspier de taille juist optisch smaller te maken. De angst voor een brede taille is dus grotendeels een misverstand.

Hoe train je de schuine buikspieren?

De obliques train je met roterende bewegingen zoals de wood chop en met zijwaartse oefeningen zoals side planks en side bends. Rotatie onder controle is effectiever dan snelle, zwaaiende bewegingen.

Onderdeel van de core

De schuine buikspieren horen bij de spiergroepen van de romp en werken samen met de rechte buikspier en de onderrug voor een stabiele, krachtige core.