Betekenis van kilogram

Wat is een kilogram?

Kilogram is een meeteenheid voor massa, niet gewicht. Daarover vertellen we je zo meer. Een kilogram bestaat uit precies 1000 gram. Echter is in de meeste wetenschappelijke gebieden de kilogram, afgekort kg of kilo, een officiële meeteenheid en niet de gram.

Oorsprong van de kilogram als meeteenheid

Zonder afspraken en referentiepunten van basis-meeteenheden kan je geen onderzoek uitvoeren en is handel erg lastig. Immers, je wilt met grote nauwkeurigheid kunnen meten om hoeveel het van een substantie of product gaat. Zeker als het om kostbare grondstoffen gaat als goud. Om dit mogelijk te maken heeft de Franse Academie van Wetenschappen in 1795 ervoor gekozen de massa van 1 cm3 gedistilleerd water op een constante temperatuur van 0 °C te gebruiken om tot een uiteindelijk internationaal geaccepteerd referentiepunt te komen. Ze kwamen er echter wel achter dat een enkele gram te klein om daarvoor te dienen en daarom werd er een prototype van 1000 g, dus 1 kilogram, gefabriceerd.

Later volgden verschillenden precies afgemeten baren van precies 1 kg die door wetenschappers als eikpunt gebruikt konden worden.

Misvatting dat kilogram gewicht aanduidt

In het dagelijkse taalgebruik wordt er vaak gesproken over ‘gewicht’ als men eigenlijk massa bedoelt. Men koopt een kilogram rijst of een liter water, wat gezien wordt als een constante, betrouwbare hoeveelheid. Hierbij verwijst men naar het ‘gewicht’ maar gaat het feitelijk om de ‘massa’. Die hoeveelheid wordt op aarde echter met een grotere zwaartekracht aangetrokken dan op een ander hemellichaam. Gewicht verwijst namelijk naar de (zwaarte)kracht en niet de massa (volume).

Een kilogram wordt in het dagelijks taalgebruik beschouwd als eenheid van gewicht, bijvoorbeeld als je een aantal kilo’s wilt afvallen, wat natuurkundig gezien onjuist is. Het wordt nu een beetje ingewikkeld, maar we gaan je het zo goed mogelijk proberen uit te leggen.

Gewicht en zwaartekracht

Het zit namelijk zo, gewicht is de kracht die een voorwerp uitoefent op plek waar het voorwerp ligt of hangt. In het geval het voorwerp niet in beweging is, dan is zijn gewicht (de kracht) gelijk aan de zwaartekracht die op voorwerp wordt uitgeoefend.

Voor de beeldvorming, een voorwerp met een massa van 1,0 kilogram weegt (op het oppervlak van de aarde) ongeveer 9,81 N (newton). Ga je dit voorwerp echter versnellen, bijvoorbeeld als het om een voertuig gaat, dan neemt het gewicht toe. Op het oppervlakt van de maand oefent een stilstaand object van 1 kg echter maar 1,62 N (newton) aan gewicht, daarom kan je op de maan ook zo hoog springen.

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *